Mee debet aan de zorgwekkende uitholling van onze rechtsstaat is het feit dat formaliteiten de mens verdringen ipv juist ruimte te maken voor de mens als levend wezen met fundamentele rechten. Zolang men binnen de maatschappij morele verantwoordelijkheid en geweten (UVRM art.1 elke mens beschikt over de giften verstand en geweten) vervangt door formaliteiten is er onrecht: liefdeloosheid, barbaarsheid, verdeeldheid & vijandschap. Laat je daarom nooit wijsmaken dat formaliteiten en regels de wet zijn. Het normatief kader is de wet en de regels en formaliteiten louter middelen om de wet/het normatief kader: de fundamentele rechten te waarborgen. Alles wat anders is zet de wereld op zijn kop en kan enkel resulteren in misbruik van vrije wil en recht.
Als een kritische massa dat wil begrijpen, zal de verschuiving zeer snel voelbaar worden en verschuiven van een negatieve ruimte waarin we erop uit zijn elkaar naar beneden te halen en te beroven van iets (waardigheid, energie, geld, ….) naar een positieve ruimte gedragen door de geest van broederschap en formaliteiten die effectief menselijk en menswaardig zijn.
Het menswaardig leven komt in het gedrang, telkens men een regel verzint die tot doel heeft inmenging in ons leven en onze fundamentele rechten te rechtvaardigen en morele verantwoordelijkheid bij de mens weg te nemen. Maw elke regel die aanzet tot gezag nemen over een medemens, een medemens te behandelen als een controle object of bron die je kan beroven van energie/middelen is negatief (inmengend) en barbaars omdat het je medemens berooft van waardigheid en zodoende een schending is van één van de daaruit volgende rechten en vrijheden. Het normatief kader is heel simpel: leven en laten leven, behandel elkaar liefdevol met respect in de geest van broederschap en respecteer elkaars eigenheid en unieke zijn en om dat te realiseren beschikken we allemaal over de giften verstand en geweten. (UVRM art.1) Maar dat betekent wel dat je morele verantwoordelijkheid moet willen nemen voor wie je bent en hoe je in het leven staat.
Op het moment dat jij onrespectvol bent naar het leven toe, jij jezelf liefdeloos opstelt naar het leven toe, ben je onrespectvol naar jezelf, voel jij je slecht en zal je schuld leggen bij de ander. Maar ooit heb jij als kind een negatieve oordeel over jezelf aanvaarde en het is deze disharmonie, dit niet in het reine zijn met je goddelijk wezen dat pijn doet en waarom men het fijn vind om anderen te vernederen = naar beneden te trekken tot jouw pijnlijk niveau. Hoe meer mensen in het reine komen met het leven en zichzelf hoe meer harmonie en positieviteit er zal zijn = de verlichting.
Met het verhoogd bewustzijn begrijpen meer en meer mensen dat het leven primair energetisch dus abstract van aard is, dat de wet moreel van aard is ipv commercieel of praktisch, dat wet en regel 2 totaal verschillende zaken zijn want de regel volgt uit de wet, net zoals het middel uit het doel volgt.
Zolang onze maatschappij draait op blinde uitvoering en overdreven formalisme is er gebrek aan beschaving omdat men morele verantwoordelijkheid laat dragen door de formaliteiten ipv door het levend wezen de mens die interpreteert, redeneert en uitvoert. Een formaliteit moet juist het middel zijn dat waarborgt dat de mens die uitvoert morele verantwoordeljikheid neemt tov het leven (onze schepper) en je medemens. We zijn geen robotten maar geestelijke zelfbewuste wezens dus scheppers. Elke schepper is verantwoordelijk voor zijn eigen schepsels. Elke gedachte is een energievorm = een schepsel dat zich op de één of andere manier zal uitkristaliseren in een materiele omstandigheid. Je kan jezelf voorliegen en geloven dat je geen schade berokkend als je je handelen beperkt tot formaliteiten, maar het blijft een feit dat je medemens een mens is een levend dus voelend wezen en ook jij die optreedt als ambtenaar of bediende. Elke organisatie, elke administratie is onderdeel van het leven en niet het leven onderdeel van de organisatie. Maw elke mens is ondergeschikt aan de natuurwetten. Niemand kan het leven, kan god de schepper, verschalken want het leven zetelt in elke mens, het geweten zetelt in elke mens. Dit dat begrijpt zal er alles aan doen om de nodige zelfdiscipline te ontwikkelen ipv de heilige pater uit te hangen en de handjes formeel in onschuld te wassen.
Het UVRM waarschuwt in de preambule uitdrukkelijk voor barbaarsheid als we elkaars fundamentele rechten miskennen en terzijdestellen. Een functie is bedoelt om de menselijke waardigheid in de verf te zetten niet om jezelf en je medemensen te strippen van alle waardigheid als mens, levend geestelijk wezen. Indien men effectief het normatief kader als norm zou hanteren ivp fiscaliteit zou onze samenleving en haar maatschappij heel snel een echte positieve ruimte worden waarin de geest van broederschap, vrede, harmonie en wijsheid de grondtoon vormen.
In de officiële Guide on Article 6 of the European Convention on Human Rights ( klik hier), staat dat overdreven formalisme (excessive formalism) een schending vormt van het recht op toegang tot de rechter, dit zowel voor de civiele als de strafrechtelijke tak. Rechters moeten voorkomen dat strikte naleving van procedureregels een barrière vormt voor een inhoudelijke beoordeling van een zaak.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hanteert hierover de volgende kernprincipes:
1. Beperking van het recht op toegang tot de rechter
Het is logisch dat lidstaten procedurele regels , termijnen en vormvereisten opstellen om een goede en effeciënte rechtspleging en rechtszekerheid te garanderen, maar deze middelen moeten wel effectief positief zijn. Maw de mens als levend wezen met fundamentele rechten centraal stellen en ervoor zorgen dat de autonomie van de mens en haar toegang tot de rechter zo gemakkelijk mogelijk gemaakt worden. Het formalisme wordt echter overdreven wanneer de toepassing van die regels buitenproportioneel is en de burger feitelijk de toegang tot de rechter ontzegt wordt en op die manier de mens (burger) ondergeschikt gemaakt wordt aan de formaliteiten ipv de formaliteiten ondergeschikt aan de wil van de mens: eenvoudige toegang tot de rechter.
Dit betekent dat:
• Vormvoorschriften proportioneel moeten zijn aan het nagestreefde doel.
• Rechters bij de toepassing van procesregels overdreven formalisme moeten vermijden als dit de eerlijkheid van de procedure in gevaar brengt (Walchli v. Frankrijk, § 29).
2. Wanneer is er sprake van overdreven formalisme?
Volgens de jurisprudentie in de gids is er sprake van een schending wanneer formalisme ertoe leidt dat een zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld door de rechter vanwege een minieme, formalistische drempel.
Dit gebeurt met name wanneer:
• Een strikte toepassing van een regel de essentie zelf van het recht op toegang tot de rechter uitholt (Labergère v. Frankrijk, § 23).
• Een rechterlijke instantie zich zo rigide opstelt dat een lichte, vormtechnische onvolkomenheid (die de partijen of de griffie niet hindert om de zaak te begrijpen) leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Het EHRM hanteert hierbij een drie-stappen-test om te beoordelen of er sprake is van een schending van Artikel 6 EVRM:
1. Rechtszekerheid versus formalisme: Dient de regel de rechtszekerheid of de goede rechtspleging?
2. Toerekenbaarheid: Is de fout of het gebrek te wijten aan de partij zelf, of is het een administratieve/technische formaliteit?
3. Proportionaliteit: Staat de sanctie (bijvoorbeeld het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep) in verhouding tot de ernst van de gemaakte fout?
Als een rechter een zaak afwijst op basis van een minieme, formalistische fout die gemakkelijk hersteld had kunnen worden en die de tegenpartij niet heeft geschaad, is er sprake van overdreven formalisme.
Verduidelijking 1 rechtszekerheid versus rechtspleging
1. Rechtszekerheid (Normatief & Beschermend)
Rechtszekerheid is een normatief beginsel. Het gaat over fundamentele rechten/vrijheden/waarden, rechtvaardigheid en de bescherming van de burger tegen de overheid of tegen willekeur. Het zorgt ervoor dat burgers weten waar ze aan toe zijn.
Rechtszekerheid dient twee hoofddoelen:
• Voorzienbaarheid: Je moet vooraf kunnen inschatten wat de juridische gevolgen van je daden zijn (mogen burgers erop vertrouwen dat de regels effectief normatief zijn en rechtszekerheid bieden?).
• Stabiliteit: Gedane zaken nemen geen keer. Denk aan verjaringstermijnen: na een bepaalde tijd mag je niet meer worden vervolgd of aangesproken, zodat er definitieve rust ontstaat.
2. Goede rechtspleging (Functioneel & Organisatorisch)
De ‘goede rechtspleging’ (vaak gekoppeld aan het beginsel van een behoorlijke rechtspleging) richt zich op de kwaliteit, efficiëntie en eerlijkheid van de juridische procedure zelf.
Is het slechts ‘administratief comfort’ voor de rechter of de griffie? Nee, het is breder en fundamenteler dan dat. Hoewel een efficiënte doorstroom van zaken (geen overbelaste rechtbanken) een rol speelt, moet een goede rechtspleging vooral het belang dienen van de mensen die als procespartij optreden
Conclusie
Je kunt stellen dat rechtszekerheid primair gaat over de inhoudelijke positie: de fundamentele rechten en vrijheden die we als mens genieten en onze daaruit volgende plicht om de medemens hetzelfde respect toe te kennen die we zelf eisen. Als we elkaars fundamentele rechten erkennen en elkaars waardigheid als mens respecteren lossen vanzelf 90% van de problemen tussen de mensen op.
De goede rechtspleging gaat over de praktische inrichting van het proces (het middel). Indien men het middel foutief interpreteert en aanwend als doel zet men de wereld op zijn kop want dan wordt het middel belangrijker dan het doel = overdreven formalisme = uitholling van de rechtsstaat. EU-resolutie P9_TA(2024)0108 dd 28 februari 2024 over het 2023 Rule of Law Report puntje 73 bevestigd dat de uitholling van onze rechtsstaat zorgwekkend is.
Rechtspleging is het instrument (het middel) en rechtszekerheid is het doel.
3. Belangrijke richtinggevende jurisprudentie
In de gidsen worden enkele leidende zaken aangehaald om dit principe te verduidelijken:
• Zubac v. Kroatië (2018): De Grote Kamer van het EHRM verduidelijkte in deze zaak dat met name hoogste rechtbanken (zoals de Hoge Raad of het Hof van Cassatie) formele toelatingscriteria mogen hanteren. Echter, als de lagere rechtbanken zelf fouten hebben gemaakt in de administratie (zoals het verkeerd registreren van de proceswaarde), mag de hoogste rechter de burger dat niet aanrekenen om de zaak vervolgens op formele gronden te weigeren. De Grote Kamer van het EHRM maakte duidelijk dat een overmatige focus op formaliteiten niet mag verhinderen dat een vordering of hoger beroep inhoudelijk wordt onderzocht.
• Savvidis v. Cyprus (2021): In deze zaak werd een hoger beroep door de nationale rechter direct niet-ontvankelijk verklaard omdat op het formulier de verkeerde naam van de rechtbank was ingevuld (er stond een algemene term in plaats van specifiek de “Family Court of Appeal”). Het EHRM oordeelde dat dit overdreven formalisme was: de fout was minimaal en het was voor de griffie en de tegenpartij volstrekt duidelijk wat de bedoeling was en waar het beroep voor bedoeld was.
• Strikte interpretatie van indieningstermijnen (Labergère v. France & Walchli v. France): Als procedureregels zo rigide worden toegepast dat het voor een burger in de praktijk onmogelijk wordt om binnen de termijn te reageren (bijvoorbeeld door onduidelijkheid over het startpunt van de termijn of haperingen in de postbezorging), grijpt het Hof in. Het te streng handhaven van zo’n termijn tast de “essentie” van het recht op toegang tot de rechter aan.
• Fouten door de overheid zelf: Het EHRM hanteert het principe dat wanneer een formele fout te wijten is aan een overheidsinstantie of de rechtbank zelf, de burger hier nooit de dupe van mag worden. Het formalistisch afwijzen van een burger vanwege een fout van de staat is een directe schending van Artikel 6.
Samenvatting
De kernboodschap in de Guide on Article 6 is dat procedureregels een middel zijn om het proces eerlijk en ordelijk te laten verlopen, en geen doel op zich. Zodra een rechtbank de letter van de wet verkiest boven materiële gerechtigheid — zonder dat daar een dwingende reden van openbare orde voor is — is er sprake van overdreven formalisme en wordt Artikel 6 EVRM geschonden.
Isabelle Lambrecht, natural law teacher en human rights beschermer
Geef een reactie