De vier vrijheden van de Europese interne markt zijn: de vrijheid van personen, diensten, goederen en kapitaal. Het vrij verkeer van goederen en diensten is een fundamenteel beginsel binnen de Europese Unie (EU), verankerd in de Verdragen en essentieel voor de werking van de interne markt. Echter, dit beginsel staat niet op zichzelf en moet worden uitgeoefend met inachtneming van andere fundamentele rechten en waarden, zoals de menselijke waardigheid en de bescherming van de openbare orde.
== het recht van de mens gaat logischerwijze VOOR het commercieel belang
EU-Jurisprudentie:
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft in verschillende arresten erkend dat het vrij verkeer van goederen en diensten kan worden beperkt wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van fundamentele rechten en waarden. Een illustratief voorbeeld is het **Omega-arrest** (zaak C-36/02), waarin het Hof oordeelde dat een verbod op een commercieel lasergame dat het “doden” van menselijke tegenstanders simuleerde, gerechtvaardigd was ter bescherming van de menselijke waardigheid. Het Hof stelde dat, hoewel het verbod een beperking vormde op het vrij verkeer van diensten, deze beperking gerechtvaardigd was door de noodzaak de menselijke waardigheid te beschermen, een fundamenteel recht dat deel uitmaakt van de openbare orde in Duitsland.
In de zaak Chassagnou en anderen tegen Frankrijk (1999) oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat de Franse wetgeving, die eigenaren van kleine percelen verplichtte lid te worden van jachtverenigingen en hun jachtrechten af te staan, in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Hof stelde dat deze verplichting een schending vormde van het recht op eigendom en de vrijheid van vereniging, vooral wanneer deze verplichting indruiste tegen de persoonlijke overtuigingen van de eigenaren.
BESLUIT
Het vrij verkeer van goederen en diensten binnen de EU bevordert economische integratie en groei. Echter, deze economische vrijheden of bestuursregels mogen nooit ten koste gaan van de fundamentele rechten en waarden waarop de Unie is gebouwd. Het is essentieel dat bij de toepassing van het vrij verkeer rekening wordt gehouden met de bescherming van de menselijke waardigheid en andere fundamentele rechten. Het HvJ-EU heeft terecht geoordeeld dat beperkingen op het vrij verkeer van goederen en diensten gerechtvaardigd is wanneer zij noodzakelijk zijn ter bescherming van het recht van het menselijk individu en haar waardigheid. Dit evenwicht waarborgt dat economische integratie hand in hand gaat met de bescherming van de kernwaarden van de samenleving, waardoor een harmonieuze en rechtvaardige interne markt wordt bevorderd.