bron
HOOFDSTUK III. _ Rol en inschrijving op de rol.

Eerste Afdeling. _ Rol van de zaken.

Art. 711.Op de [1 ieder griffie]1 wordt een algemene rol gehouden, waarop iedere zaak in volgorde van binnenkomst wordt ingeschreven.
Iedere inschrijving krijgt een volgnummer en vermeldt:
1° de naam van de partijen;
2° de naam van hun raadsman;
3° de dagtekening en in voorkomend geval de kamer waar de zaak is aangebracht en die waaraan zij is toegewezen;
4° [2 …]2
5° in voorkomend geval het gerecht dat de beslissing heeft gewezen waartegen voorziening wordt ingesteld en de datum van die beslissing;
6° de datum van beslissing.

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 12, 078; Inwerkingtreding : : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 6° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016>
———-
(1)<W 2016-12-25/14, art. 78, 148; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
(2)<W 2018-10-14/18, art. 13, 173; Inwerkingtreding : 01-02-2019>

Art. 712.[1 De vorderingen in kort geding, de vorderingen op verzoekschrift en de overeenkomstig artikel 1675/4 ingeleide vorderingen op verzoekschrift worden op bijzondere rollen ingeschreven.]1
———-
(1)<Hersteld bij W 2012-02-15/04, art. 2, 116; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

(NOTA : opgeheven door W 2006-07-10/39, art. 27, 1°, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 10° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016>

Art. 713.Het eerste en het laatste blad van de algemene rol worden als zodanig gemerkt door de vrederechter, de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof naar gelang van het geval, en alle bladen worden door hem geparafeerd.

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 13, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 7° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016)

Art. 714. De griffier van iedere kamer houdt de bijzondere rol van de zaken die haar zijn toegewezen.
De zaken waarvoor de dagbepaling wordt aangevraagd, zelfs door een partij, worden geplaatst op de rol van de zittingen der kamer.

Art. 715. Er is een bijzondere rol voor de vakantiekamers.

Afdeling II. _ Inschrijving op de rol.

Art. 716.De zaken worden op de algemene rol ingeschreven uiterlijk de dag vóór de zitting waarvoor de dagvaarding is gedaan.
De zaak kan niet op de algemene rol worden ingeschreven wanneer die termijn verstreken is.
Wanneer er echter gegronde redenen zijn, kan de vrederechter of de voorzitter van de kamer de zaak laten inschrijven op de dag van de zitting, voor zover dit wordt verzocht vóór het begin van de zitting. De inschrijving geschiedt op verzoek van de optredende gerechtsdeurwaarder, van de belanghebbende partijen, van hun advocaat of van een gemachtigde.

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 15, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016)

Art. 717.Indien de zaak niet ingeschreven is op de algemene rol voor de zitting die aangegeven is in de dagvaarding, [1 wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst]1.

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 15, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016)
———-
(1)<W 2018-05-25/02, art. 30, 165; Inwerkingtreding : 09-06-2018>

Art. 718.<W 2006-07-10/39, art. 14, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2013 (zie W 2012-12-31/01, art. 16)> De inschrijving op de rol geschiedt op overlegging van het origineel of van een door de gerechtsdeurwaarder eensluidend verklaard afschrift, of in voorkomend geval van het betekende afschrift van het exploot van dagvaarding.

Art. 719.De algemene rol is openbaar.

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 15, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016)

HOOFDSTUK IV. _ Dossier van de rechtspleging.

Art. 720.Voor iedere zaak die op de algemene rol is ingeschreven, wordt een dossier aangelegd.
[1 Het dossier vermeldt zichtbaar de datum van de inschrijving op de rol en het volgnummer van de zaak.]1

(NOTA : vervangen door W 2006-07-10/39, art. 15 en 27, 2°, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° et 10° van W 2016-12-25/14Inwerkingtreding : 31-12-2016)
———-
(1)<W 2024-03-27/02, art. 27, 203; Inwerkingtreding : 08-04-2024>

Art. 721.<W 2006-07-10/39, art. 16, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2013 (zie W 2012-12-31/01, art. 16)> Het dossier bevat onder meer :
1° de akten van rechtsingang of van voorziening en hun bijlagen of, bij gebrek van de originelen, de betekende afschriften van die akten of de eensluidend verklaarde afschriften;
2° de kennisgevingen, aanmaningen, conclusies en memories van de partijen evenals het afschrift van de brief waarbij de toezending van de stukken wordt gemeld, in het geval van artikel 737, tweede lid;
3° de processen-verbaal van de zitting of van de onderzoeksmaatregelen die in de zaak bevolen zijn en in het algemeen alle door de rechter opgemaakte akten;
4° de akte waarin de beëdiging van de deskundige wordt vastgesteld;
5° de verslagen opgemaakt ter uitvoering van de beslissingen van de rechter;
6° het advies van het openbaar ministerie;
7° [1 het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die in de zaak zijn gewezen;]1
8° de akte van volmacht, bedoeld in artikel 728, §§ 2, 2bis en 3;
9° de inventaris van de stavingstukken van iedere partij;
10° het ontvangstbewijs van neerlegging van de geïnventariseerde stavingstukken.
Deze stukken worden door de griffier in het dossier gevoegd op de dag dat zij worden neergelegd.
Bij het dossier wordt een inventaris van de stukken gevoegd, die door de griffier wordt bijgehouden en waarin de datum van neerlegging van die stukken wordt vermeld.
———-
(1)<W 2014-04-25/23, art. 22, 125; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

Art. 722.Ingeval het dossier aan een andere rechter moet worden voorgelegd, wordt het door de griffier gezonden aan de griffier van de rechter voor wie de zaak aanhangig wordt gemaakt. [1 Ingeval het dossier is opgenomen in een dossier zoals bedoeld in artikel 725bis wordt het samen met dit dossier overgezonden.]1
Is er een beslissing gewezen, dan wordt een afschrift daarvan gevoegd bij het door te zenden dossier.
———-
(1)<W 2013-07-30/23, art. 149, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 723.<W 1990-05-03/34, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 1990-07-03>
§ 1. Indien tegen de gewezen beslissing een voorziening bij een hogere rechtsmacht wordt ingesteld, verzoekt de griffier van deze rechtsmacht, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de griffier die het dossier van de rechtspleging onder zich heeft, hem dit binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek toe te zenden. De Minister van Justitie bepaalt op welke wijze het dossier wordt overgezonden.
§ 2. [1 De bij akte van gerechtsdeurwaarder ingestelde voorziening tegen een beslissing waarvoor, om gevolg te hebben, binnen een door de wet bepaalde termijn een akte van de burgerlijke stand moet worden opgemaakt of gewijzigd, wordt binnen vijf dagen na de dag waarop de voorziening is ingesteld, bij akte van gerechtsdeurwaarder ter kennis gebracht van de griffier van de rechtsmacht die de bestreden beslissing heeft gewezen, op straffe van verval indien de laattijdige kennisgeving aanleiding gaf tot opmaak of wijziging van de akte van de burgerlijke stand.]1
§ 3. Van de bij verzoekschrift ingestelde voorziening bij een hogere rechtsmacht wordt samen met het in § 1 bedoelde verzoek tot toezending een afschrift overgemaakt aan de griffier die het dossier van de rechtspleging onder zich heeft. Deze maakt op de kant van de beslissing melding van het ingestelde beroep.
———-
(1)<W 2018-06-18/03, art. 70, 167; Inwerkingtreding : 31-03-2019>

Art. 724. Wanneer de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan en geen voorziening in cassatie is ingesteld, wordt het dossier teruggezonden aan de griffier van de rechter voor wie de zaak in eerste aanleg aanhangig was.
Dit geldt eveneens wanneer het Hof van Cassatie de voorziening verwerpt of de beslissing vernietigt zonder verwijzing.

Art. 725. Iedere partij kan zich een eensluidend verklaard afschrift van de stukken doen afgeven door de griffier die het dossier onder zich heeft.
De rechter bepaalt de kosten van afschrift die voor begroting in aanmerking komen.

Art. 725bis. [1 § 1. Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk worden de bij de familierechtbank ingediende vorderingen tussen partijen die ofwel samen een minderjarig kind hebben, ofwel gehuwd zijn of waren, ofwel wettelijk samenwonenden zijn of waren, samengevoegd in één dossier, dat het familiedossier wordt genoemd.
Worden ook bij het in het eerste lid bedoelde familiedossier gevoegd, de zaken met betrekking tot een kind waarvan de afstamming slechts ten aanzien van één ouder is vastgesteld, alsook de zaken met betrekking tot het in artikel 375bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde persoonlijk contact.
§ 2. Het familiedossier wordt geopend vanaf de eerste vordering die bij de familierechtbank wordt ingesteld.
Onverminderd de volgnummers die overeenkomstig artikel 720 aan alle zaken worden toegekend, wordt een specifiek nummer aan het familiedossier toegekend. Dit nummer wordt vermeld op alle akten van rechtsingang, besluiten en andere stukken van het dossier.
Onverminderd de bepalingen van artikel 721, bevat het familiedossier alle opeenvolgende zaken betreffende dezelfde partijen en hun huidige of toekomstige gemeenschappelijke kinderen.
In geval van verwijzing van een familierechtbank naar een andere, wordt het volledige familiedossier onverwijld overgedragen.]1
———-
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-30/23, art. 150, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

HOOFDSTUK IVbis. [1 – Gecentraliseerd informaticasysteem voor het beheer van de digitale dossiers.]1
———-
(1)<Ingevoegd bij W 2023-12-19/08, art. 11, 202; Inwerkingtreding : 01-01-2024>

Art. 725ter.[1 § 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt ter ondersteuning van de rechterlijke orde een gecentraliseerd informaticasysteem voor het beheer van digitale dossiers opgericht, hierna “het dossierbeheersysteem” genoemd.
§ 2. Dit dossierbeheersysteem heeft de volgende doeleinden:
1° de toegang tot het digitaal dossier mogelijk maken, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf – en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan:
a) voor de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, van wie deze gegevens uitgaan, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
b) voor de medewerkers van het gerecht;
c) op basis van artikel 646 van het Wetboek van Strafvordering, aan de Algemene Nationale Gegevensbank bedoeld in artikel 44/7 van de Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, enkel voor de gegevens bedoeld in § 3, 4° ;
d) op basis van artikel 28, 4° van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, tot de basisgegevensbanken bedoeld in artikel 44/11/2, § 6 van de wet op het politieambt, uitsluitend voor de gegevens bedoeld in § 3, 4° ;
2° het beheer van het digitaal dossier door de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° het beheer van de zittingen, overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. Dit dossierbeheersysteem verwerkt de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° de identificatie- en functiegegevens van de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, van wie deze gegevens uitgaan, van de medewerkers van het gerecht en van de partijen in het proces;
2° de gegevens in het digitaal dossier;
3° de gegevens die nodig zijn voor de veiligheid van het dossierbeheersysteem.
4° de status van het dossier en die van de daarin ingeschreven personen.
§ 4. Dit dossierbeheersysteem bewaart persoonsgegevens overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 5. Dit dossierbeheersysteem geeft persoonsgegevens door overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 6. De rechten van de personen van wie de gegevens via dit dossierbeheersysteem worden verwerkt, worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de straf- en burgerlijke rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 7. Het dossierbeheersysteem wordt beheerd door de beheerder [2 bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie]2.
§ 8. De Koning legt de nadere regels voor dit artikel vast na voorafgaand advies van de entiteit Cassatie, van het College van de hoven en rechtbanken en van het College van het openbaar ministerie.]1