Conclusies moeten voldoen aan de formele regels conform artikel 744 Gerechtelijk Wetboek.
Art. 743. De partijen vermelden in hun conclusie hun naam, voornaam en woonplaats of gerechtelijk elektronisch adres, alsmede het rolnummer van de zaak.
De rechtspersonen doen blijken van hun identiteit op de bij artikel 703 bepaalde wijze.
De conclusies worden ondertekend door de partijen of door hun raadsman.er van de zaak op de algemene rol.
Art. 744.
De conclusies bevatten tevens, achtereenvolgens en uitdrukkelijk:
1° de uiteenzetting van de voor de beslechting van het geschil pertinente feiten;
2° de aanspraken van de concluderende partij;
3° de middelen die worden ingeroepen ter ondersteuning van de vordering of het verweer, waarbij in voorkomend geval verschillende middelen genummerd worden en hun voordracht in hoofdorde of in ondergeschikte orde wordt vermeld;
4° het gevraagde beschikkende gedeelte van het vonnis, waarbij in voorkomend geval de hoofdorde of ondergeschikte orde van de verschillende onderdelen wordt vermeld.
De in een andere zaak of in een andere aanleg genomen conclusies waarnaar wordt verwezen of waaraan wordt gerefereerd worden niet beschouwd als conclusies in de zin van artikel 780, eerste lid, 3°.
Een conclusie die niet beantwoordt aan de verplichte structuur die een conclusie overeenkomstig artikel 744 Ger.W. moet hebben, moet niet worden beantwoord overeenkomstig artikel 780,3° Ger.W.
Conclusies dienen ook te voldoen aan inhoudelijke voorwaarden:
• zij houden een selectie in van juridisch relevante feiten uit een empirisch feitencomplex
• zij formuleren mogelijke de relevante rechtsvragen uit een empirisch feitencomplex en bieden hierop een antwoord
• zij identificeren de rechtsregels en rechtsproblemen uit concrete casussen
• zij brengen rechtsregels in verband met een concrete juridische casus om tot een juridisch verantwoorde oplossing te komen
• zij maken het argumenteert uit op logische wijze van een juridische redenering evenals de juridische consequentie van de juridische relevante feiten en de de logica die hieruit volgt
Een partij dient zelf in te schatten in hoeverre een conclusie voldoet aan het begrip conclusie in de zin van artikel 741 Ger.W. en volgende gerechtelijk wetboek, Vermijdt te lange en te uitvoerige beschouwingen, die eerder literatuur dan conclusie zijn, of eerder een opsomming van teksten zijn die niet ten volle betrekking hebben op de zaak, zonder enige relevantie naar de zaak in concreto, met moeilijkheden naar de controleerbaarheid van de rechtsbronnen in concreto, of met onsamenhangende delen, niet kan indruisen tegen de rechten van verdediging en de goede trouw in de procesvoering, waardoor al te lange conclusies uit de debatten kunnen geweerd worden. Een en ander kan als rechtsmisbruik gezien worden.